Thursday, 23 July 2015

Destination

Inspiration: Two pictures by my friend Sue Harris. She sent the tree to me yesterday, the old couple a few months earlier.



‘Are you ready? We’ve got to get going,’ the woman said, while checking her purse.
The man took up the small backpack and replied; ‘Relax, we’ve all the time in the world, no one is waiting for us.’

The woman was not sure about it, ever since the signs started to appear, she has been anxious. It started with little feathers on her pillow. Maybe the downy filling was getting out. The linens were getting old, just like she was. A few days later, a robin appeared in the garden. That was not really unusual, but this particular robin had been staring at her, like it invited her to come out. It had been a rainy day and she had decided to ignore the little bird. The next day, there were two of them and finally, after a week, when seven robins were staring at her from the garden, she decided that was enough. 

To be totally honest, the birds started to frighten her. She asked her husband to shoo them away. He friendly laughed about her fear, telling her she had too much imagination. But when she found her courage and walked into the garden, all the robins, except one, landed on top of her. One on her head, two on each shoulder and the last one somehow managed to grab hold of her hand. When it did, she was overwhelmed with a feeling of destiny and had totally forgotten her fear. She felt a calling in her head.

‘It’s time to go,’ she said to her husband, watching her from the doorstep. ‘Will you come with me?’ The old man hesitated, what did she mean?
‘I’ve this image in my head, we’ve got to go there. I've to go there, but I’d rather go there with you, do you trust me? Do you still love me?’
‘Of course I do. I promised you, I’ll never leave you, I’m here for you, always.’
He had no idea what he just agreed too, as was rather usual in their relationship. The minute he said it, the robins flew away.

A few days later the couple was walking in the park. It was a lovely day, warm and sunny. All of a sudden the robins were circling around their heads, one landing on the woman’s straw hat.
‘This is another sign,’ the woman said.
‘You mean, we have to follow them?’, the man said with a little sigh, stating the obvious. He lived with her long enough to understand her intentions.
His wife smiled at him, her eyes shining bright. ‘Yes, of course.’

That was the day they found the tree, standing in a neglected part of the park. An ancient hollow tree, with a rather large hole, reaching to the ground. The little robins disappeared in the gap. The man bent over to have a peek, but he couldn’t see anything inside. He raised his eyebrows, looking at his wife.
‘Not yet,’ she replied.

And now, all of a sudden, the old woman had decided it was time. They packed only a few essentials, all of sentimental value. Holding hands, the couple walked into the park, crossing the bridge marking the entrance. No robins were guiding them this time, they didn’t need them, they knew the way. In front of the tree the man hesitated, ‘How?’
His wife, still holding his hand, touched the tree. A strange feeling overwhelmed the man, who looked a bit frightened at his partner.
‘Do you trust me?’ she asked again.
‘I do, always have, always will.’ He closed his eyes and let her lead on. Suddenly he felt very small, they entered the tree.

‘Open your eyes!’
In front of him stood his wife, not the old woman, but the younger version, shining bright. She was smiling at him, with the enchanting smile she had when he first met her.
‘I brought you home,’ his wife said. ‘Forever.’ 

Thursday, 16 July 2015

Bloed van mijn bloed

An audioplay written for Daan van Doremalen for his graduate project 'Verboden Vruchten'. I wrote two plays for him, which he used as input for his theater performance, see his presentation on Youtube. 'Bloed van mijn bloed' is the second one, written in Dutch.


HET PUBLIEK ONTVANGT BIJ BINNENKOMST EEN HOOFDTELEFOON. IN DE ZAAL IS EEN OPSTELLING GEMAAKT MET LOSSE STOELEN, DIE OGENSCHIJNLIJK KRISKRAS DOOR ELKAAR STAAN. DE OPSTELLING IS ZO GEMAAKT DAT SOMMIGE MENSEN ELKAAR RECHT AANKIJKEN EN SOMMIGEN NIET, JE KAN ALTIJD WEL EEN OF MEERDERE MENSEN BEKIJKEN. JE KRIJGT EEN STOEL AANGEWEZEN. VERDER IS DE RUIMTE LEEG, GEEN DECOR OF PROPS.

(JE KAN JE VOORSTELLEN DAT JE IN DEZE OPSTELLING VERSCHILLENDE VERHALEN KAN HOREN, SOMMIGEN IN DUO EN ANDEREN IN TRIO OF MEER, ER IS EEN SFEER NEERZET WAARIN IEDEREEN ZIJN EIGEN GEHEIM HEEFT. WEL BELANGRIJK IN DE TIMING IS DAT IEDEREEN TEGELIJK BIJ HET EINDE VAN HET VERHAAL KOMT.)
STEM #1:        Welkom. Zit je goed? Zit je ontspannen? De komende minuten is dit jouw stoel, jouw plaats, jouw rol, jouw beleving. Zie je de anderen? Zij kijken naar je, jij kijkt naar hen, je wilt ze niet echt zien. Jij bent jij, zij zijn zij. Jij bent wat je hoort, je bent wat je beleeft, je blijft zitten waar je zit.

GELUID VAN AUTOBANDEN OVER GRIND, MUZIEK HOORBAAR OP DE ACHTERGROND. FADE OUT
STEM #2:        Daar zit je dan. Raar he, om hier zo te zitten. Ik zie je zitten. Ik ben zo blij je hier te zien. Het is veel te lang geleden, de tijd gaat zo snel, vind je ook niet? Ik heb je echt gemist. Jij mij ook? Je hebt me toch wel gemist?
SCENE [2]
FLARDEN VAN MUZIEK, SFEER MUZIEKDOOSJE, BEETJE ETHERISCH

STEM #2:        Ooit was het zo vanzelfsprekend! Ik zag je elke dag. We voelden elkaar aan zonder woorden, ik wist wat jij dacht, wat je voelde en jij wist dat van mij. We waren samen, we hoorden bij elkaar.
EINDE MUZIEK
Het was natuurlijk onvermijdelijk dat we uit elkaar zouden groeien, dat wisten we allebei, zo gaan die dingen.
Ik zie je zitten op de stoel, ik zoek je ogen, kijk me aan! Je wilt me toch wel aankijken? Ik weet dat je me uit de weg bent gegaan, lange tijd. Maar je bent toch niet voor niets gekomen, je komt toch voor mij? Jij belde mij.
Ik kijk naar je. Je bent ouder geworden, ik zie de sporen van je leven op je gezicht, je dierbare gezicht, zo vertrouwd en toch zo vreemd na al die tijd. Je bent nog steeds zo mooi, in mijn ogen ben je altijd mooi geweest, wat anderen ook mogen zeggen.
Ben je blij me weer te zien?
MUZIEK
STEM #2:        Weet je nog hoe wij samen, hand in hand... Met jou naast me voelde ik me altijd sterker. We konden alles aan. Weet je nog, hoe we samen alles voor de eerste keer beleefden.
Het was altijd jij, ik keek zo naar je op, het was onvermijdelijk... dat wij samen...
Het was onvermijdelijk, dat er een ander kwam. Ik was zo kwaad op je, voelde me zo in de steek gelaten...
Jij begreep het niet, je zei dat ik gewoon jaloers was, het was zoveel meer.
De verwijten die je me maakte, dat ik je verstikte, dat ik je geen eigen leven gunde, wat deden ze me pijn. Ik moest je wel laten gaan, anders zou ik je voor goed verliezen.
EINDE MUZIEK
STEM #2:        Nu zit je hier, vlak bij me, ik kan je bijna aanraken, ik strek mijn hand naar je uit... nee ik trek hem terug, ik wil je niet weer afschrikken. Hoe graag zou ik je strelen, heel even maar. Hou je nog van mij?

Raak me aan, oh raak me aan, heel even maar... dat ik voel dat je er weer bent, echt weer bij me bent.
Vannacht lag ik in bed. Ik voelde een lijf dat naast het mijne lag, tegen me aan gevleid, ik was niet langer alleen. Oh, ik ben zo eenzaam geweest zonder jou. Ik draaide me om en keek je aan, ik zag het verlangen in je ogen, eindelijk verlangde je ook echt naar mij.
Je aarzelde, je zei dat je ruimte nodig had, natuurlijk... Ik ook, ja echt, ik ook. Ik zal je ruimte geven! Ik gaf je ruimte.
En daarom kuste je me, eindelijk kuste je me, verlangend naar mij zoals ik ook altijd naar jou verlangd heb. Je was er helemaal voor mij, ik wist dat je zou komen...
Je was er niet, niet echt... ik kijk je aan, kijk je naar mij? Ik durf je niet te zeggen wat ik droomde, ben bang voor je oordeel, nu nog steeds. Zal je mij veroordelen? Nu nog steeds?
Je weet nu wat het is, wat het is om verlaten te worden, om  alleen te zijn. Ik zie het verdriet op je gezicht getekend. Je dromen in duigen, je toekomst onzeker, de pijn van het gemis. Ik kan je troosten, ik kan je alles geven.
FLARDEN MUZIEK, VER WEG
Nadat ik je liet merken wat ik werkelijk voor je voelde heb je me verlaten. Ik had je niet zo mogen benaderen, niet op die manier. Je noemde me gestoord, je zei dat het ziekelijk was, dat het niet kon. Alsof ik dat zelf niet wist. Alsof ik niet wist dat het onmogelijk was, verkeerd in ieders ogen. Ik hoopte dat je het ook fijn zou vinden... dat was niet zo, zei je...
Kort daarna had je die ander, was het een vlucht? Wilde je niet zijn zoals ik, niet voelen wat ik voelde, jezelf veroordelend? Je schamend voor je gevoel? Je zei dat ik gewoon jaloers was, je deed me zoveel pijn... Je vluchtte, ik weet zeker dat het een vlucht was, gedoemd te mislukken... Je voelde het toch ook?
EINDE MUZIEK
Jaren heb ik dat oordeel gevoeld, dat van jou, maar ook het mijne. Ik schaamde me zo. Echt ik heb het wel geprobeerd, het te vergeten, het niet te voelen... het lukt me niet, het gevoel is er nog steeds... Nu ik je hier zie zitten, zo dierbaar, zo mooi, zo begeerlijk. Ik voel dat ik nog steeds naar je verlang, ik voel mijn schaamte ook.
Jaren heb ik je niet gezien, je niet gesproken, je was er niet voor mij.

Ik wilde tegen je zeggen dat het me speet, dat ik het niet zo bedoeld had, als je dan maar terug zou komen. Maar je wilde me niet spreken, niet horen wat ik zeggen zou.
Voor mij is er nooit écht een ander geweest, ik hield alleen van jou.
Ik was zo blij toen je me belde. Ik ben blij dat je gekomen bent. We hadden nooit zo lang gescheiden mogen zijn. Voel je het, je voelt het nu toch ook?
Ik verlang nog steeds zo erg naar je, je bent me zo vertrouwd. Je was er altijd voor mij, vanaf de dag dat ik geboren werd. Jij bent het bloed van mijn bloed, de lust van mijn leven. Jij ben me zo eigen, jij, het kind van mijn moeder, bloed van mijn bloed.
STILTE



SCENE [3]

ZACHTE MUZIEK
STEM #2:        Kijk me aan, zie je me? Zie je me echt, zoals ik ben? Ik wil je strelen, ik wil je kussen... wil jij dat ook? Je hoeft niet meer te vluchten... Ik zal je niet veroordelen, mezelf niet meer veroordelen.
Je belde mij, je bent gekomen. Wil jij mij nu ook?
Ik wil je aanraken, ik wil je vasthouden...
         EINDE MUZIEK
Of zal ik je omhelzen, gewoon omhelzen? Je zeggen dat ik met je meeleef. Dat ik er voor je ben, zoals familie er altijd voor je hoort te zijn.
Zoals jij er altijd voor mij was tot toen... en verder over alles zwijgen?
MUZIEK + MUZIEK FADE OUT + STILTE
STEM #1:        Zit je nog goed? Blijf je zitten, wil je zwijgen? Wil je opstaan en het zeggen? Zeg maar wat je zeggen wil. Zet je hoofdtelefoon af en doe het maar, of niet...
Je kunt daarna de zaal verlaten. Vergeet niet je hoofdtelefoon in te leveren.


EINDE

Aan den lijve

An audioplay written for Daan van Doremalen for his graduate project 'Verboden Vruchten'. I wrote two plays for him, which he used as input for his theater performance, see his presentation on Youtube. 'Aan den lijve' is the first one, written in Dutch.


HET PUBLIEK ONTVANGT BIJ BINNENKOMST EEN HOOFDTELEFOON. IN DE ZAAL IS EEN OPSTELLING GEMAAKT MET LOSSE STOELEN, DIE OGENSCHIJNLIJK KRISKRAS DOOR ELKAAR STAAN. DE OPSTELLING IS ZO GEMAAKT DAT SOMMIGE MENSEN ELKAAR RECHT AANKIJKEN EN SOMMIGEN NIET, JE KAN ALTIJD WEL EEN OF MEERDERE MENSEN BEKIJKEN. JE KRIJGT EEN STOEL AANGEWEZEN. VERDER IS DE RUIMTE LEEG, GEEN DECOR OF PROPS.
(JE KAN JE VOORSTELLEN DAT JE IN DEZE OPSTELLING VERSCHILLENDE VERHALEN KAN HOREN, SOMMIGEN IN DUO EN ANDEREN IN TRIO OF MEER, ER IS EEN SFEER NEERZET WAARIN IEDEREEN ZIJN EIGEN GEHEIM HEEFT. WEL BELANGRIJK IN DE TIMING IS DAT IEDEREEN TEGELIJK BIJ HET EINDE VAN HET VERHAAL KOMT.)

ACT [1]         SCENE [1]

STEM #1:        Welkom. Zit je goed? Zit je ontspannen? De komende minuten is dit jouw stoel, jouw plaats, jouw rol, jouw beleving. Zie je de anderen? Zij kijken naar je, jij kijkt naar hen, je wilt ze niet echt zien. Jij bent jij, zij zijn zij. Jij bent wat je hoort, je bent wat je beleeft, je blijft zitten waar je zit.

GELUID VAN AUTOBANDEN OVER GRIND, MUZIEK HOORBAAR OP DE ACHTERGROND. FADE OUT
STEM #2:        Ik zie jullie wel kijken. Ik zie jullie denken, waarom ben jíj hier? Jullie snappen het niet, ik weet wat jullie denken, maar het is liefde dat ons bindt, liefde, bewondering, adoratie als je wilt. Maar vooral liefde, boven alles liefde. Wie zegt dat jullie liefde beter is dan de mijne?



SCENE [2]
GELUID VAN MUZIEK VAN VORIGE SCENE
STEM #2:        Ik deed gewoon mijn werk toen ik jou zag binnenkomen. Natuurlijk herkende ik je, ik had je al zo vaak gezien.
STILTE GEVOLGD DOOR CAFE GELUIDEN
Als ik mijn ogen sluit zie ik je voor me... de manier waarop je loopt... de manier waarop je lacht, je hoofd wat achterover gooiend... Ik keek naar je, zoals bijna iedereen naar je keek, je bewonderend, maar ook een beetje bang, alsof we ons aan je zouden kunnen branden.
 STILTE
Als ik mijn ogen sluit zie je voor me zoals ik je in mijn dromen zag, dichtbij, je raakt me aan, sensueel... jij en ik... mijn dromen.
Nooit had ik verwacht je hier te zien, hier waar ik werk. Je komt stilletjes binnen, zoals de meesten, je zegt geen woord, herkent me niet. Het geeft niet, je bent hier, bij mij.
MUZIEK WEER TERUG OP ACHTERGROND
Ik kijk naar je zoals je voor me ligt, ik strijk het haar uit je ogen. Je kijkt alsof je het niet begrijpt. Zachtjes sluit ik je ogen, je hoeft niets meer te zien. Met mijn vingertoppen streel ik je wang. Je vuur lijkt wel gedoofd, maar God wat ben je mooi. Ik wil je lippen kussen, maar ik hou me in, dat zou onprofessioneel zijn.
Even afstand nemen, ik stap terug om mijn gereedschap te pakken en kijk opnieuw naar je. Dat ik je ooit zo dicht bij me zou hebben, het tintelt in mijn lijf, ik wil je voelen. Ik weet hoe je zal voelen, gereserveerd, terughoudend, maar dat geeft niet, dat vind ik juist aantrekkelijk, dat maakt dat ik me veilig voel. Ik zou willen dat het anders was, ik zou willen dat ik was als anderen, zomaar op je af kon stappen, zo ben ik niet ...
Ik pak mijn schaar en begin geroutineerd je kleren los te knippen, later zal ik je weer mooi aankleden, maar nu... nu twijfel ik.
Je naakte lijf... nog mooier dan ik me had voorgesteld... ik zie je blauwe plekken. Wie heeft je dit aangedaan? Dat vroeg ik me af. En ik denk dat ik het nu weet, één van jullie. Jullie zitten hier en kijken naar mij met een oordeel in de ogen, ik zie het wel. Ik begrijp het ook, ik wilde het zelf ook niet. Ik had mezelf niet in de hand, het voelde op dat moment zo goed. Maar kijk me niet zo aan. Altijd moet ik compassie tonen, waarom kunnen jullie dat niet! Ik weet dat jullie ook niet zo onschuldig zijn ... die blauwe plekken.
Ik zou je nooit zo behandelen, nooit pijn doen. Ik poets het weg, dit bewijs van wat je is aangedaan. Bij mij ben je veilig. Ik til je teder op om bij je rug te kunnen, ik hoor je zuchten... de echo van mijn zuchten, mijn verlangen. Je bent niet de eerste waar ik naar verlang, maar jij, jij bent anders... Met jou zou ik mijn droom kunnen beleven, jij zou het kunnen begrijpen, dat voel ik diep van binnen.
Oh, om je zo in mijn armen te houden, over je heen gebogen. Ik kus je hals, en leg je snel weer neer. Dit hoort niet.

Ik weet hoe anderen er over denken. Ze zien het niet zoals ik het zie. Ze zien de liefde niet. Ik heb het zelf ook niet gewild, niet zo... maar het is zo mooi, zo puur, de alles verterende liefde. Ik wil je vuur zien. Ik wil zien hoe het vuur je aanwakkert, je kilte verdrijft. Ik zal je vuur zien, binnenkort.
GELUID VAN VUUR MIXT MET DE MUZIEK
Het vuur... ik hoor het brullen... Het vuur in mijn lijf, mijn verlangen naar je. Zoals je hier voor mij ligt, je naakte lijf... je mooie gezicht... ik moet je gewoon aanraken, echt aanraken, ik wil je huid tegen de mijne voelen...
STILTE
STEM #2:        Ik deed gewoon mijn werk... het was niet de eerste keer dat ik me tot een klant aangetrokken voelde, seksueel aangetrokken. Ik kan er niets aan doen, het gebeurt gewoon. Alleen met een klant in de stilte, de meest intieme plekken van een lichaam verzorgend, je moet liefde voor je klanten voelen, anders kan je dit werk niet doen. Ik hou van ze, van ze allemaal, hun stilte, hun sereniteit, hun geur, het gevoel dat ze me geven... Maar sommige dingen doe je gewoon niet, dat had ik altijd gedacht... tot jij kwam...
GELUID VAN VUUR ZWELT AAN EN NEEMT WEER AF, ANDERE MUZIEK OP DE ACHTERGROND.
Je ligt daar op mij te wachten, precies zoals ik je al zo vaak in mijn dromen heb gezien. Ik trek mijn schort uit, mijn shirt, en daarmee ook mijn professionaliteit. Met ontbloot bovenlijf voel ik me meer mijzelf.
Voorzichtig klim ik bovenop je, je nogmaals vertellend dat ik je nooit pijn zal doen, nooit! Langzaam laat ik me op je zakken, schuur me tegen je aan. Je voelt zo goed, zo vanzelfsprekend... dit moet wel goed zijn! Dit is het, dit is waar ik altijd naar verlangd heb. Je koele huid tegen de mijne. Je ondergaat het, dat is niet erg, meer heb ik nooit van je gewild...
Ik kus je lippen, streel je, ik wil meer... Ik druk mijn lippen op je gesloten oogleden, bekijk je, ruik je, ik wil alles van je, je helemaal bezitten. Ik rits mijn broek los, stroop hem naar beneden zonder van je af te stappen...
OPNIEUW GELUID VAN AUTOBANDEN OVER HET GRIND, SAMEN MET MUZIEK EN BRULLEN VAN VUUR
Ik voel je, je hele lichaam... eindelijk... jij, voor altijd van mij... tot het vuur ons verteert.





SCENE [3]
GELUID VAN EEN OPENGAANDE DEUR, MUZIEK ZWELT AAN
STEM #3: (= andere medewerker van het uitvaartcentrum)
De familie van de overledene... mijn God...
GELUID VAN METAAL KLETTEREND OP EEN TEGELVLOER SAMEN MET VOETEN DIE OP DIEZELFDE TEGELVLOER NEERKOMEN NA EEN SPRONG
STILTE
GELUID VAN SIRENES
STILTE
STEM #2:        Ik zie jullie denken... Ik zie het oordeel in jullie blikken. Die dag deed ik gewoon mijn werk, het werd me net te veel. Er knapte iets. Ik had het nooit mogen doen.
Het was het beste wat ik ooit in mijn leven heb meegemaakt. Heb ik spijt? Ik weet het niet...
Het was onvermijdelijk, het was pure liefde, waarom kunnen jullie dat niet zien?
MUZIEK + MUZIEK FADE OUT + STILTE
STEM #1:        Zit je nog goed? Heb je spijt? Wil je sorry zeggen, dan is dit het moment. Zet je hoofdtelefoon af en zeg het maar, of niet...
Je kunt daarna opstaan en de zaal verlaten. Vergeet niet je hoofdtelefoon in te leveren.

EINDE




[1] © Nina Kramer - 23 april 2015 – nina.kramer@upcmail.nl - 0031653229591